Guy Poppe
Deel 1 : Onroerend goed en echtscheiding
Vaak kopen echtgenoten samen een huis met gemeenschappelijk geld, hetzij in privénaam, hetzij via een (patrimonium)vennootschap. Maar bij scheiding moeten vaak keuzes gemaakt worden : uitkoop, verdeling, aankoop nieuw onroerend goed, behoud met overname van financieringskosten, uithaal uit de vennootschap.
Wij brengen alle mogelijke scenario’s in kaart, waarbij zowel de inkomstenbelastingen als de registratierechten aan bod komen, zoals onder meer inzake alimentatie, meerwaarden en huurinkomsten. Ook de bijzondere gevallen zoals het bouwen met gemeenschappelijke gelden op een grond die eigen is van één van de echtelieden (al dan niet ingebracht in de huwgemeenschap) of de inbreng van de “eigen” woning in de gemeenschap komen aan bod, alsmede de gevolgen op het vlak van de woonfiscaliteit.
Volgende vragen komen (onder meer) aan bod:
· Kan het verdeelrecht worden toegepast bij verdeling van de echtgenoten, en op welke waarde?
· Zijn eventuele meerwaarden belastbaar?
· Kan de overname van financieringkosten als alimentatie in aftrek gebracht worden?
· Zijn er verschillen naargelang van het huwelijksvermogensstelsel?
· Kan één van de echtgenoten aan het verlaagd tarief registratiebelasting kopen?
· Kan een gemeenschappelijk goed aan het vast recht uit de vennootschap gehaald worden en vervolgens verkocht aan derden?
· Kan de leningaftrek nog verder in aftrek genomen worden door de echtgeno(o)t(e) die niet langer de woning betrekt?
· Wat zijn de fiscale regels indien de woning in onverdeeldheid wordt aangehouden?
· Waar moet fiscaal op gelet worden bij het opmaken van een EOT-akte?
· Wat gebeurt er met eventuele schenkingen?
· Wat als de woning eigen was, maar er op gebouwd werd met gemeenschapsgelden?
· Is het aangewezen te verkopen voor de vereffening/verdeling van de huwgemeenschap?
Deel 2 : Aandelen en echtscheiding : een complex verhaal met veel valkuilen
Aandelen kunnen een eigen goed zijn of een gemeenschapsgoed. Dit onderscheid heeft verregaande gevolgen, niet enkel voor een eventuele vergoeding, maar ook voor het beheer. In dit webinar onderzoeken we alle vragen die kunnen rijzen met betrekking tot aandelen die deel uitmaken van de huwelijksgemeenschap, zowel wat betreft de vergoeding als de verweermiddelen van de andere partner. Zowel de huwelijksvermogensrechtelijke, de vennootschapsrechtelijke als de fiscale aspecten komen aan bod.
Aangezien voorkomen steeds beter is dan genezen, besteden we ook aandacht aan de vraag hoe kan geanticipeerd worden op eventuele discussies.
Volgende vragen komen (onder meer) aan bod :
· Wanneer kan de achtgenoot aanspraak maken op een vergoeding?
· Wanneer zijn aandelen “eigen goederen”?
· Wie stemt op de algemene vergadering met aandelen die tot de huwelijksgemeenschap behoren?
· Is een aandeel in onverdeeldheid een oplossing?
· Wanneer behoren de aandelen tot de huwelijksgemeenschap?
· Wat zijn de verweermiddelen van een echtgenoot als de aandelen eigen goederen van de partner zijn en hij zijn rechten misbruikt?
· Is er een verschil tussen een managementvennootschap en een patrimoniumvennootschap?
· Is het zinvol een prijsbepaling op te nemen in de statuten?
· Wat zijn de verschillen tussen gehuwden, wettelijk samenwonenden en feitelijk samenwonenden?
· Wat zijn de vennootschapsrechtelijke mogelijkheden van uittreding?
· Kan een inkoop van eigen aandelen een oplossing bieden of uittreding lastens het vermogen in een BV?
· Is de echtscheiding een gegronde reden voor gedwongen uitkoop of overname?
· Hoe kan men hierop inspelen in de statuten of het huwelijkscontract?
· Wat bij vereffening van de vennootschap?
· Hoe een blokkering vermijden bij een 50- 50 verhouding?
· Waar moet op gelet worden inzake winstuitkeringen?
Deel 3 : Echtscheiding en de fiscus : nu en in de nabije toekomst
Als afsluiter van deze trilogie, bieden wij u een webinar aan waarin een aantal “klassieke” elementen aan bod komen, zoals (fiscaal) co-ouderschap, aftrek en belastbaarheid van onderhoudsgelden, kinderen ten laste, overname van lasten en activa n.a.v. de vereffening-verdeling, taxatieregels in het jaar van scheiding en bij feitelijke scheiding.
Uiteraard zal aandacht besteed worden aan de wijziging inzake de belastingvermindering voor onderhoudsgelden.
In de uiteenzetting gaan we aan de hand van een aantal cijfervoorbeelden na hoe onderhoudsgelden geoptimaliseerd kunnen worden, en of co- ouderschap aan te raden is, en wat de fiscale kostprijs kan zijn van uit-onverdeeldheidtreding van al dan niet beroepsmatig aangewende (roerende en onroerende) activa.
Tevens komen de vrij talrijke rechtspraak, parlementaire vragen en rulings ook aan bod.
Volgende vragen worden beantwoord :
· Wat begrijpt de fiscus (en de rechtspraak) onder het begrip “onderhoudsgelden”?
· Wat worden de nieuwe regels inzake aftrek onderhoudsgelden?
· Heeft dit ook invloed op de belastbaarheid van onderhoudsgelden?
· Kwalificeert het ten laste nemen van leninglasten als onderhoudsgelden?
· Kunnen onderhoudsgelden in aftrek genomen worden bij feitelijke scheiding?
· Is kapitalisatie van onderhoudsgelden een betere oplossing?
· Hoe gebeurt de kapitalisatie van onderhoudsgelden in concreto?
· Wanneer zijn kinderen fiscaal ten laste?
· Speelt de inschrijving in het bevolkingsregister een rol?
· Wie heeft recht op de belastingvermindering voor kinderen ten laste bij co-ouderschap?
· Wat zijn de spelregels van fiscaal co- ouderschap?
· Is fiscaal co-ouderschap een verplichting?
· Welke formaliteiten moeten worden vervuld?
· Wanneer is co-ouderschap (niet) interessant?
· Kan men een bestaande regeling wijzigen?
· Wat is het fiscaal kostenplaatje bij verkoop van onroerende goederen?
· Wat zijn de fiscale gevolgen van de verdeling van de roerende goederen?
· Wat zijn de fiscale gevolgen van gemeenschappelijk aangegane leningen (woonbonus)?
Dit alles wordt opgenomen in een uitgebreide, praktijkgerichte fulltext syllabus (per sessie) en uitgebreide powerpoint (per deel).
Guy Poppe is licentiaat in de economie aan het Rijksuniversitair Centrum van Antwerpen, gegradueerd in 1983; licentiaat in het Fiscaal recht aan het Economische Hogeschool St. Aloysius te Brussel, gegradueerd in 1985 en licentiaat in de rechten aan de Universitaire Instelling Antwerpen, gegradueerd in 1990. Verschillende jaren werkzaam als juridisch adviseur bij Ernst & Young en Coopers & Lybrand. Momenteel zelfstandig jurist. Medewerker aan diverse fiscale nieuwsbrieven en auteur van een groot aantal fiscale en vennootschapsrechtelijke artikelen. Docent fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen voor diverse accountantsverenigingen en commerciële organisaties.